Andre Knevel meditates on the organ on psalms 76 - 93, non rythmic, in the St. Joris church in Amersfoort, Holland.
Gij, vrees’lijk zijt Gij in 't gericht/ Men voer’dien God geschenken aan/ Mijn geroep, uit angst en vrezen/ Heilig zijn, o God, Uw wegen/ Neem, o mijn volk, neem mijne leer ter oren/ Verborgenheen, met diep ontzag te melden/ Ai, hoor naar hen, die in gevang’nis kwijnen/ Zo zullen wij de schapen Uwer weiden/ Neem Isrels Herder, neem ter oren/ Behoud ons, Heer’ der legermachten/ zingt nu blij te moe/ Opent uwen mond/ In d’ acht’re Godsvergaderingen/ Toont aller goden God te vrezen/ Zwijg niet, o God, houd U niet doof/ Hoe lief’lijk, hoe vol heilgenot/ Welzalig hij, die al zijn kracht/ Want God, de Heer’, zo goed, zo mild/ Gij hebt Uw land, o Heer’, die gunst betoond/ Neig, o Heer’, Uw gunstig’ oren/ Heer’, door goedheid aangedreven/ De Filistijn, de Tyrier, de Moren/ Dan wordt mijn naam met lofgejuich geprezen/O God mijns heils, mijn toeverlaat/ Mijn ziel, der tegenheden zat/ 'kZal eeuwig zingen van Gods goedertierenheden/ Hoe zalig is het volk, dat naar Uw klanken hoort !/ Gij zijt, o Heer’ van d’allervroegste jaren/ Wie kent Uw toorn, wie zijn geduchte krachten?/ Hij, die op Gods bescherming wacht/ Laat ons den rustdag wijden/ 't Rechtvaardig volk zal bloeien/ De Heer’ regeert; de hoogste Majesteit/ Uw macht is groot, Uw trouw zal nooit vergaan.